Belgische Cardiologische Liga

Welke hartrisico’s vormen een bedreiging voor tachtigers?

Dankzij de vooruitgang van de geneeskunde en de almaar betere leefomstandigheden veroudert de bevolking en worden steeds meer mensen tachtig en negentig jaar.
De jongste drie tot vier decennia zijn hartproblemen opgedoken die voordien als zeldzaam werden beschouwd en die vrij typisch zijn voor een heel hoge leeftijd: 1. degeneratieve aortastenose, 2. niet-valvulair atriumfibrilleren (NVAF) en 3. hartfalen en in het bijzonder de vorm van hartfalen met met gepreserveerde systolische functie (samentrekking).
De welbekende cardiovasculaire risicofactoren (roken, hoge bloeddruk, cholesterol, diabetes, zwaarlijvigheid, te weinig beweging…) zullen, tenzij ze worden bestreden en onder controle zijn, vanaf de middelbare leeftijd (40-70 jaar) problemen veroorzaken aan de kransslagaders (angina pectoris, infarct) en aan de perifere slagaders (cerebrovasculair accident, arteritis in de onderste ledematen), maar ze hebben tegelijk een langzamer effect dat pas rond de leeftijd van 80 jaar een weerslag heeft op andere cardiale structuren:

1. Degeneratieve aortastenose: De aortaklep ondergaat als gevolg van die risicofactoren een langzaam verhardingsproces (fibrose) dat het openen van de klepmembranen, die normaal zeer soepel zijn, verhindert – dit proces noemt men stenose. Het bloeddebiet blijft normaal en dus gaat het bloed er sneller doorheen, wat een karakteristiek geluid oplevert dat een arts makkelijk kan waarnemen met een stethoscoop; men spreekt van een rasperige, niet muzikale systolische ruis. Een echografie kan die duidelijk bevestigen.
Deze geleidelijke verharding wordt erger door opname van calcium, wat de membranen nagenoeg immobiel maakt, alsof ze geblokkeerd staan. Wanneer de opening, die normaal groter is dan 3 cm2, kleiner is dan 1 cm2, wordt de inspanning die de hartspier moet leveren om het normale bloeddebiet doorheen de zieke klep te stuwen te groot en overschrijdt ze haar samentrekbaarheidsreserves. Dat komt tot uiting doordat de betrokkene onevenredig sterk buiten adem is bij almaar minder grote inspanningen, door pijn in de borst bij inspanning (zoals bij angina pectoris) en door de neiging om flauw te vallen bij inspanningen. In België zou naar schatting één op tien tachtigers lijden aan ernstige aortastenose.
Deze symptomen moeten absoluut ernstig genomen en aan de arts gemeld worden, want anders zijn hartfalen en overlijden op korte termijn onafwendbaar.
Gelukkig kan de evolutie van aortastenose gemakkelijk gevolgd worden zolang er geen symptomen zijn en kan men de patiënt laten weten wat de alarmsignalen zijn; men kan hem ook een inspanningsproef laten afleggen, met een bloedonderzoek aan de hand van een cardiale merker (Nt proBNP) nagaan of de hartspier nog in goede staat is, en met een scanner de hoeveelheid in de klep opgenomen calcium meten om te bepalen wat het beste moment is voor een ingreep.
Momenteel bestaat er immers nog geen middel om de klep met geneesmiddelen of andere technieken te ‘versoepelen’, zodat de enige oplossing het vervangen van de zieke klep is. Gelukkig kan dat tegenwoordig zonder een zware chirurgische ingreep: via de bloedvaten brengt men op een katheter een ‘opgevouwen’ klepje naar de aorta, en dat klepje gaat open en nestelt zich in de zieke klep. Deze ingreep noemt men TAVI, letterwoord voor Trans-catheter Aortic Valve Implantation.
Slotsom: aortastenose bij tachtigers komt vaak voor, is makkelijk op te sporen en te bewaken, en almaar eenvoudiger te behandelen.

2. Niet-valvulair atriumfibrilleren (NVAF) is een andere hartkwaal die bij tachtigers opduikt en tot 10% onder hen treft.
Wanneer de mitralisklep een afwijking vertoont – stenose of regurgitatie – oefent de hogere bloeddruk in de linker hartboezem (atrium) kracht uit op de wanden en dat werkt ontregeling van elektrische aard in de hand, door een minder goede communicatie tussen de cellen. Boezem- of atriumfibrilleren kan in deze situatie dus vroeg optreden, soms bij zeer jonge mensen.
Is er geen sprake van een afwijking aan de mitralisklep, dan treedt die elektrische ontregeling later in het leven op en houdt ze verband met geleidelijk ouder worden, maar in sterkere mate wanneer risicofactoren zoals hoge bloeddruk, diabetes of zwaarlijvigheid aanwezig zijn.
NVAF bij tachtigers is moeilijker omkeerbaar gezien de reeds ver gevorderde fibroseprocessen. De aandoening heeft meerdere gevolgen, waaronder een duidelijk (3 tot 5 keer) groter risico dat men een cerebrovasculair accident krijgt, in vergelijking met mensen die aan NVAF lijden maar nog geen 65 zijn; een minder doeltreffende hartpompwerking, die tot uiting komt door minder goede fysieke prestaties, buitensporige ademnood, snel moe zijn; door geleidelijke verwijding van de hartboezems kan het fibrilleren ook de mitralis- en tricuspidalisklep losser maken zodat ze minder goed in staat zijn om hun functie te vervullen.
Ongeacht of het NVAF permanent is dan wel met tussenpozen optreedt, medische maatregelen zijn nodig. De belangrijkste is het nemen van een oraal antistollingsmiddel, wat gelukkig vlotter gaat dan vroeger.
Boezemfibrilleren uit zich vaak door hartkloppingen die hinderlijk of minder hinderlijk kunnen zijn, maar het kan ook zijn dat er geen symptomen optreden.
Het is dan ook cruciaal dat tijdens medische controles, bij de huisarts of een specialist, de regelmaat van het hartritme wordt gecontroleerd. Het is nog niet duidelijk of methodes om dat zelf te doen, met toestelletjes zoals geconnecteerde smartphones of horloges, werkelijk nuttig zijn; maar dat is een terrein waarop de technologie volop evolueert.

3. Hartfalen: Elke hartaandoening (infarct, klepafwijking, afwijking aan de hartspier…) kan vroeg of laat, wanneer ze niet compleet wordt gecorrigeerd, leiden tot een minder goede werking van het hart, dat dan niet meer kan voldoen aan de vraag: het hart ‘faalt’ in zekere zin in zijn taak, nl. de organen voorzien van zuurstof en energie. Het wekt dan ook geen verbazing dat hartfalen cumulatief voorkomt naarmate men tientallen jaren ouder wordt, met andere woorden: bij tachtigers.
Maar zelfs indien men in de loop van het leven vooraf geen ernstige en erge hartaandoening heeft gehad, zullen geniepige fibroseprocessen die greep krijgen op de hartspier, zich vaak voorbij de 70 manifesteren en een ‘hoogtepunt’ bereiken bij tachtigers. De fibrose zal aanzienlijker zijn naarmate er vooraf meer sprake is van de bekende risicofactoren zoals hoge bloeddruk, diabetes, zwaarlijvigheid, gebrek aan lichaamsbeweging…
Ondanks die fibrose behoudt de hartspier gedurende lange tijd haar samentrekkingsvermogen (de ejectie), maar ze wordt stijver en raakt haar ‘soepelheid’ kwijt, d.w.z. dat de fase waarin het hart zich met bloed vult (de diastole) minder goed verloopt, waardoor de druk toeneemt. Dat heeft zijn weerslag op de kleine bloedsomloop (tussen hart en longen), die overbelast raakt. Daardoor vormt zich longoedeem en dat veroorzaakt kortademigheid. Tegelijk verkleint het hartdebiet, waardoor vermoeidheid optreedt en men tot minder inspanning in staat is. Deze vorm van hartfalen noemde men vroeger ‘diastolisch’ maar heet nu ‘hartfalen met gepreserveerde systolische functie’ en hij is dus geniepiger omdat hij kan optreden zonder noemenswaardige voorgeschiedenis aan het hart.
Tegenwoordig beschikken we over een makkelijk te gebruiken ‘merker’ in het bloed, met name Nt proBNP, waarvan het gehalte evenredig toeneemt met de verhoging van de drukken in de pulmonale circulatie: Nt proBNP werkt diuretisch in de nieren om door vochtafdrijving de belasting in de bloedvaten te verminderen. Is er veel Nt-proBNP aanwezig terwijl de hartechografie een normale samentrekking van de hartkamers en geen klepproblemen laat zien, dan gaat het hoogstwaarschijnlijk om dit soort hartfalen. Er gebeurt momenteel intensief onderzoek om tot een doeltreffende behandeling van deze vaak voorkomende aandoening te komen.

Artikel van Professor emeritus Jean-Luc Vandenbossche, ULB

GETUIGE VAN EEN HARTSTILSTAND ?

HOE HERKEN JE EEN HARTSTILSTAND ?

Het slachtoffer verliest het bewustzijn, reageert niet als men luid roept en ademt niet of heeft geen normale ademhaling.

Hoe reageren ?

Bel de 112
en geef het juiste adres op

Ga meteen over tot hartmassage
a. Plaats je handen in het midden van de borst.
b. Op het ritme van “Staying Alive” duw je 30 keer krachtig op de borst van het slachtoffer (100 keer per minuut)

Defibrilleer met een AED :
Zet het toestel aan en volg de instructies.

Wanneer de hulpdiensten aangekomen zijn, wees fier, jouw handen hebben een leven gered… Word HartRidder !

1 minuut gewonnen is 10 % meer overlevingskans !
Een leven redden kunnen we allemaal.

Vull uw INAMI nummer :

Test_inami nl
Je suis médecin
reCAPTCHA

QUIZZ DU COEUR

[charitable_registration]

Quiz van het hart

Testez-Vous nl
U bent
Boutons radio
Hoe oud bent u ?
Hebt u reeds hartproblemen gehad ?
Lijdt u aan diabetes ?
Hebt u een cholesterolprobleem ?
*
Lijdt u aan hoge bloeddruk ?
*
Heeft een lid van uw familie al een cardiovasculaire aandoening gehad ?
Rookt u elke dag ?
Doet u regelmatig aan lichaamsbeweging :het equivalent van minstens 30 minuten stappen per dag, 5 dagen op 7 ?