Belgische Cardiologische Liga

Rijgeschiktheidsnormen inzake cardiovasculaire aandoeningen

BIJLAGE 6 BIJ HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 23 MAART 1998 BETREFFENDE HET RIJBEWIJS

MINIMUMNORMEN EN ATTESTEN INZAKE DE LICHAMELIJKE EN GEESTELIJKE GESCHIKTHEID VOOR HET BESTUREN VAN EEN MOTORVOERTUIG UITTREKSEL – gecoördineerd met het koninklijk besluit van 16 juni 2020

6. Aandoeningen van hart en bloedvaten

6.1. Normen voor de kandidaten van groep 1

6.1.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst de kandidaat naar een cardioloog voor het inwinnen van het cardiologisch advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan.

6.1.2. De kandidaat die lijdt aan een aandoening met een duidelijk verhoogd risico op een plotselinge bewustzijnsstoornis of een plotselinge invaliderende gebeurtenis, is niet rijgeschikt.

6.1.3. De kandidaat, die ernstige klachten vertoont (NYHA klasse 4) ten gevolge van chronisch hartfalen, kransvatlijden, cardiomyopathie, een aangeboren of verworven klepafwijking al dan niet met een prothese, een aangeboren (of verworven) gebrek van het hart of de grote vaten, is niet rijgeschikt.

6.2. Normen voor de kandidaten van groep 2

6.2.1. De kandidaat die lijdt aan een aandoening met een duidelijk verhoogd risico op een plotselinge bewustzijnsstoornis of een plotselinge invaliderende gebeurtenis, is niet rijgeschikt.

6.2.2. De kandidaat met klachten bij zware fysieke inspanningen ten gevolge van chronisch hartfalen (NYHA klasse 1 en 2), cardiomyopathie, aangeboren of verworven gebrek van het hart of de grote vaten, aangeboren of verworven klepafwijking (al dan niet met een klepprothese), een ischemische hartziekte ten gevolge van een kransvatlijden, kan rijgeschikt worden verklaard. Een verslag van een cardioloog is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar.

6.2.3. De kandidaat met inspanningsklachten bij gewone fysieke inspanning of rust (NYHA klasse 3 en 4) is niet rijgeschikt.

6.3. Ritme en geleiding

6.3.1. Normen voor de kandidaten van groep 1

6.3.1.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst de kandidaat naar een cardioloog voor het inwinnen van het cardiologisch advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan.

6.3.1.2. De kandidaat met ernstige niet-gecorrigeerde en niet gecontroleerde stoornissen van het hartritme of van de atrioventriculaire geleiding is niet rijgeschikt.

6.3.1.3. De kandidaat met een ingeplante pacemaker is niet rijgeschikt tijdens de maand die volgt op de inplanting van de pacemaker of het vervangen van de pacemakerelektrode. Bij het vervangen van enkel de pacemaker kan de kandidaat door de behandelende cardioloog onmiddellijk rijgeschikt worden bevonden. Om rijgeschikt te zijn dient de kandidaat, die drager is van een pacemaker, het behandelingsplan van de behandelende cardioloog te volgen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan maximaal drie jaar bedragen.

6.3.1.4. De kandidaat met een ingeplante automatische defibrillator is niet rijgeschikt. De kandidaat die geen hartstilstand heeft gehad en bij wie om louter preventieve redenen een defibrillator ingeplant werd, kan rijgeschikt bevonden worden één maand na de datum van inplanting. De kandidaat kan rijgeschikt worden bevonden door de cardioloog van het geneeskundig centrum dat instaat voor de opvolging van de goede werking van de defibrillator en de behandeling van de kandidaat. De kandidaat die een hartstilstand heeft gehad en bij wie een defibrillator ingeplant werd, kan na een periode van minstens drie maanden, te rekenen vanaf de datum van inplanting, rijgeschikt worden bevonden door de cardioloog van het geneeskundig centrum dat instaat voor de opvolging van de goede werking van de defibrillator en de behandeling van de kandidaat. Als alleen de defibrillator vervangen wordt, kan de kandidaat onmiddellijk rijgeschikt worden verklaard. Bij het vervangen van de elektrode kan de kandidaat rijgeschikt worden verklaard één maand na de inplanting ervan. De cardioloog van het geneeskundig centrum dat instaat voor de opvolging van de goede werking van de defibrillator en de behandeling van de kandidaat, levert het rijgeschiktheidsattest af. De kandidaat van wie de defibrillator een stroomstoot heeft gegeven die een invloed heeft gehad op het hartritme, is niet rijgeschikt. De kandidaat kan na een periode van minstens drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de laatste stroomstoot, rijgeschikt worden bevonden door de cardioloog van het geneeskundig centrum dat instaat voor de opvolging van de goede werking van de defibrillator en de behandeling van de kandidaat. De voorwaarden voor het afleveren van een rijgeschiktheidsattest en voor het verlengen van de geldigheidsduur ervan zijn:
a) onder regelmatig geneeskundig toezicht staan;
b) voldoende inzicht hebben in de aandoening;
c) blijk geven van een strikte therapietrouw;
d) en het voorgeschreven behandelingsplan nauwgezet volgen. Het rijgeschiktheidsattest kan een maximale geldigheidsduur hebben van drie jaar.

6.3.1.5. De kandidaat die lijdt aan symptomatische elektrische cardiopathie, zoals het Brugada-syndroom en het verlengd QT-syndroom, is niet rijgeschikt. Ingeval van een ingeplante automatische defibrillator, zijn de bepalingen onder punt van toepassing.

6.3.2. Normen voor de kandidaten van groep 2

6.3.2.1. De kandidaat met ernstige stoornissen van het hartritme of van de atrioventriculaire geleiding is niet rijgeschikt.

6.3.2.2. De kandidaat met een ingeplante pacemaker is niet rijgeschikt tijdens de maand die volgt op de inplanting van de pacemaker of het vervangen van de pacemakerelektrode. Een verslag van een cardioloog is vereist. Bij het vervangen van enkel de pacemaker kan de kandidaat ten vroegste twee weken na de ingreep rijgeschikt worden verklaard. Een verslag van een cardioloog is vereist.

6.3.2.3. Om rijgeschikt te zijn dient de kandidaat die drager is van een ingeplante pacemaker het behandelingsplan van de behandelende cardioloog te volgen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan maximaal een jaar bedragen. Een verslag van een cardioloog is vereist.

6.3.2.4. De kandidaat met een ingeplante defibrillator is niet rijgeschikt.

6.3.2.5. De kandidaat die lijdt aan symptomatische elektrische cardiopathie, zoals het Brugada-syndroom en het verlengd QT-syndroom, is niet rijgeschikt.

6.3.2.6. De kandidaat die lijdt aan bradyaritmie ten gevolge van sinus-knooppuntziekte, met risico op plotse bewustzijnsstoornissen, is niet rijgeschikt.

6.3.2.7. De kandidaat die lijdt aan verstoring van de geleiding met tweedegraads Atrioventriculair blok (Mobitz II), derdegraads Atrioventriculair blok of wisselende bundeltakblok is niet rijgeschikt.

6.3.2.8. De kandidaat die lijdt aan tachyaritmie met niet-aanhoudende polymorfe ventriculaire tachycardie, aanhoudende ventriculaire tachycardie of met een indicatie voor een defibrillator is niet rijgeschikt.

6.3.2.9. De kandidaten bedoeld in de punten 6.3.2.6. tot 6.3.2.8. kunnen, na adequate behandeling, rijgeschikt verklaard worden door een cardioloog. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar.

6.4. Bloeddruk

De systolische en diastolische bloeddruk worden beoordeeld in functie van de invloed ervan op de rijgeschiktheid. Er moet eveneens rekening gehouden worden met de invloed die het gebruik van bloeddrukverlagende middelen kan hebben op het bewustzijn van de kandidaat. De kandidaat met ongecontroleerde maligne hypertensie of symptomatische ernstige hypertensie is niet rijgeschikt.

6.5. Coronair stelsel, vaatstelsel en myocard

6.5.1. Normen voor de kandidaten van groep 1

6.5.1.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst de kandidaat naar een cardioloog voor het inwinnen van het cardiologisch advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan.

6.5.1.2. De kandidaat met angina pectoris die optreedt bij rust, bij de minste emotie of andere relevante uitlokkende factor, is niet rijgeschikt. De rijgeschiktheid kan opnieuw geëvalueerd worden na het verdwijnen van de klachten van angina pectoris, bvb. na coronaire bypasschirurgie of CPI. Een verslag van een cardioloog is vereist.

6.5.1.3. De kandidaat die een coronaire bypasschirurgie of een percutane coronaire interventie heeft ondergaan, is niet rijgeschikt. Op basis van een verslag van een cardioloog, rekening houdend met de klachten van de kandidaat en de evolutie van de aandoening, kan de kandidaat rijgeschikt worden verklaard.

6.5.1.4. De kandidaat die één of meerdere myocardinfarcten heeft doorgemaakt is niet rijgeschikt. Op basis van een verslag van een cardioloog, rekening houdend met de klachten van de kandidaat en de evolutie van de aandoening, kan de kandidaat rijgeschikt worden verklaard.

6.5.1.5. De kandidaat die lijdt aan een aneurysma aortae, waarbij maximumdiameter van de aorta een aanzienlijk risico inhoudt op plotselinge breuk en plotselinge invaliderende gebeurtenis, is niet rijgeschikt.

6.5.2. Normen voor de kandidaten van groep 2

6.5.2.1. De kandidaat met angina pectoris die optreedt bij rust, bij de minste emotie of andere relevante uitlokkende factor, is niet rijgeschikt. De rijgeschiktheid kan opnieuw geëvalueerd worden na het verdwijnen van de klachten van angina pectoris. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar. Een verslag van een cardioloog is vereist.

6.5.2.2. De kandidaat met belangrijke beschadiging van het myocard, duidelijk aangetoonde letsels van een vroeger myocardinfarct (…) en hartfalen is niet rijgeschikt.

6.5.2.3. Indien het evenwel gaat om één of meer beperkte infarcten, met behoud van een goede hartfunctie en zonder ritmestoornissen, kan de houder van een rijbewijs van groep 2 rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar. Een verslag van een cardioloog is vereist.

6.5.2.4. De kandidaat met kritische stenose van de carotis is niet rijgeschikt.

6.5.2.5. De kandidaat die lijdt aan een aneurysma aortae, waarbij maximumdiameter van de aorta groter is dan 5,5 cm, is niet rijgeschikt.

6.5.2.6. De kandidaat die een coronaire bypasschirurgie of een percutane coronaire interventie heeft ondergaan, is niet rijgeschikt. Op basis van een verslag van een cardioloog, rekening houdend met de klachten van de kandidaat en de evolutie van de aandoening, kan de kandidaat rijgeschikt worden verklaard.

6.6. Hartfalen

6.6.1. Normen voor de kandidaten van groep 1

6.6.1.1. De kandidaat met een hulpmiddel ter ondersteuning van de hartpompfunctie kan rijgeschikt bevonden worden door de cardioloog van het geneeskundig centrum dat instaat voor de opvolging van de goede werking van het hulpmiddel en de behandeling van de kandidaat.

6.6.1.1. De voorwaarden voor het afleveren van een rijgeschiktheidsattest en voor het verlengen van de geldigheidsduur ervan zijn:
a) onder regelmatig geneeskundig toezicht staan;
b) voldoende inzicht hebben in de aandoening;
c) blijk geven van een strikte therapietrouw;
d) en het voorgeschreven behandelingsplan nauwgezet volgen. Het rijgeschiktheidsattest kan een maximale geldigheidsduur hebben van drie jaar.

6.6.2. Normen voor de kandidaten van groep 2

6.6.1.2. De kandidaat met een hulpmiddel ter ondersteuning van de hartpompfunctie is niet rijgeschikt.

GETUIGE VAN EEN HARTSTILSTAND ?

HOE HERKEN JE EEN HARTSTILSTAND ?

Het slachtoffer verliest het bewustzijn, reageert niet als men luid roept en ademt niet of heeft geen normale ademhaling.

Hoe reageren ?

Bel de 112
en geef het juiste adres op

Ga meteen over tot hartmassage
a. Plaats je handen in het midden van de borst.
b. Op het ritme van “Staying Alive” duw je 30 keer krachtig op de borst van het slachtoffer (100 keer per minuut)

Defibrilleer met een AED :
Zet het toestel aan en volg de instructies.

Wanneer de hulpdiensten aangekomen zijn, wees fier, jouw handen hebben een leven gered… Word HartRidder !

1 minuut gewonnen is 10 % meer overlevingskans !
Een leven redden kunnen we allemaal.

Vull uw INAMI nummer :

Test_inami nl
Je suis médecin
reCAPTCHA

QUIZZ DU COEUR

[charitable_registration]

Quiz van het hart

Testez-Vous nl
U bent
Boutons radio
Hoe oud bent u ?
Hebt u reeds hartproblemen gehad ?
Lijdt u aan diabetes ?
Hebt u een cholesterolprobleem ?
*
Lijdt u aan hoge bloeddruk ?
*
Heeft een lid van uw familie al een cardiovasculaire aandoening gehad ?
Rookt u elke dag ?
Doet u regelmatig aan lichaamsbeweging :het equivalent van minstens 30 minuten stappen per dag, 5 dagen op 7 ?