Slaapapneusyndroom (SAS)

Obstructieve slaapapneu is een aandoening die één op vijf volwassenen treft (in ernstige of minder ernstige mate). Tijdens het slapen stopt de slaper ongecontroleerd met ademhalen (‘apneu’) gedurende meer dan tien seconden en dat meer dan vijf keer per uur. Dat herhaald stoppen met ademen is te wijten aan blokkering van de luchtstroom in de luchtwegen (obstructie), die meerdere oorzaken kan hebben: vernauwing van de diameter van de luchtwegen, ontspanning van de keelspieren, van het gehemelte of van de tong, en problemen met de ademhalingsreflexen. Het lichaam creëert dan noodgedwongen fases van micro-ontwaken, om een normale ademhaling te garanderen.

SAS blijft niet zonder gevolgen. De herhaalde fasen waarin men niet ademt, leiden tot een lager zuurstofgehalte in het bloed en tot meermaals kort ontwaken, met andere woorden tot een minder degelijke slaap en tot cardiovasculaire verwikkelingen op langere termijn.

Wanneer de luchtstroom onderbroken is (apneufase) produceert het lichaam stresshormonen die het gevaar voor hoge bloeddruk vergroten: herhaalde pieken met stress en hoge bloeddruk tijdens de nacht spelen mee in het ontwikkelen van een permanente hoge bloeddruk. Dezelfde stresshormonen vergroten eveneens het risico van CVA, diabetes van type 2, leverproblemen en zwaarlijvigheid (wat dan een vicieuze cirkel wordt, aangezien zwaarlijvigheid zelf dan weer een invloed heeft op het slaapapneusyndroom).

 

Ook heeft SAS een krachtige invloed op het hartritme. Diepe slaapfases (met een langzaam hartritme) en korte fases waarin men noodgedwongen ontwaakt (met een versneld hartritme en activering van het zenuwstelsel) volgen elkaar onophoudelijk op. Uit heel wat studies blijkt dat slaapapneu niet behandelen het gevaar voor voorkamerfibrillatie (VKF) vergroot, terwijl slaapapneu behandelen dat risico verkleint.

Voor mensen die aan hartfalen lijden kan het opsporen van SAS moeilijk zijn, omdat zij hun chronische vermoeidheid (die mogelijk ook te maken heeft met een SAS) in verband brengen met hun hartfalen. Nochtans wordt slaapapneu bij mensen met hartfalen geassocieerd met een groter risico voor ziekenhuisopnames en vroegtijdig overlijden. Behandeling van hun hartfalen kan hun toestand evenwel verbeteren.

De symptomen zijn hoofdzakelijk de apneufases zelf, die mogelijk alleen worden opgemerkt door iemand anders die op dat ogenblik niet slaapt. Van belang is te weten hoe vaak ze voorkomen:

  • tussen 5 en 15 keer per uur slaap = licht SAS
  • tussen 15 en 30 keer per uur slaap = matig SAS
  • meer dan 30 keer per uur slaap = ernstig SAS

Mensen met slaapapneu hebben de neiging luid en vaak te snurken. Let wel: dat betekent niet dat iedereen die snurkt, vatbaar is voor slaapapneu!

Er bestaan nog andere symptomen, die gelijklopen met de meeste slaapstoornissen: droge mond bij het ontwaken, ochtendlijke hoofdpijn, aandachtsproblemen of prikkelbaarheid wanneer men wakker is.

De risicofactoren van slaapapneu zijn leeftijd en overgewicht (vooral te veel vet ter hoogte van de keel). Bij mensen met gehypertrofieerde (gezwollen) keelamandelen kunnen de bovenste luchtwegen ook gemakkelijker tijdelijk geblokkeerd raken. Roken en alcohol kunnen eveneens het SAS-risico vergroten.

Slapeloosheid

Slapeloosheid verwijst naar een ongewoon lage hoeveelheid of kwaliteit van slaap, terwijl de omstandigheden om te slapen wel gunstig zijn. Slapeloosheid is de meest voorkomende slaapstoornis ter wereld. Tot 30% van de bevolking in de ontwikkelde landen heeft er last van.

Bijna iedereen heeft wel eens last van slapeloosheid door tijdelijke verstoringen (stress, verdriet, opwinding, een zware maaltijd). Doen zo’n moeilijke nachten zich gedurende meer dan drie maanden minstens drie keer per week voor? Dan spreken we van chronische slapeloosheid.

De gevolgen van slapeloosheid zijn overdag waar te nemen: prikkelbaarheid, vermoeidheid, gebrek aan concentratie, geheugenproblemen en soms slaperigheid overdag (wat heel gevaarlijk kan zijn, bijvoorbeeld aan het stuur).

Slapeloosheid heeft op lange termijn ook cardiovasculaire gevolgen, want slechte slaap:

  • verhoogt de eetlust en het risico op gewichtstoename
  • bevordert het ontstaan van glucose-intolerantie (en later diabetes type 2)
  • heeft een negatieve invloed op het omgaan met stress
  • verlaagt de dosis energie voor de dag, wat minder lichaamsbeweging met zich meebrengt

De symptomen van slapeloosheid zijn welbekend: moeilijk inslapen, ’s nachts lang wakker liggen, ’s morgens vroeger wakker worden dan gepland en moe zijn bij het ontwaken. Kortom, een algemene indruk dat de slaap zwak en oppervlakkig was.

Het zijn vooral lichamelijke of psychische aandoeningen die risicofactoren zijn voor chronische slapeloosheid. In 60% van de gevallen is de oorzaak van psychiatrische aard.

Hypersomnie

Hypersomnie verwijst naar een buitensporige behoefte aan slaap. Het is fysiek heel lastig om ’s morgens op te staan, doorheen de dag volgen er momenten van slaperigheid. En dat terwijl de voorafgaande nacht helemaal normaal of zelfs uitstekend was.

Wie aan hypersomnie lijdt, ervaart de hele dag een grote vermoeidheid. Zelfs met een of meer dutjes tussendoor voelt men zich nooit echt uitgerust.

Afhankelijk van de oorsprong van de aandoening kan hypersomnie periodiek of constant zijn bij degene die eraan lijdt.

Het spreekt vanzelf dat de gevolgen van hypersomnie een aanzienlijke handicap kunnen vormen en zelfs gevaarlijk kunnen zijn voor wie eraan lijdt: aanhoudend vermoeidheidsgevoel, verslapte aandacht wanneer aandacht vereist is (bijvoorbeeld: vergaderen, een voertuig besturen, met machines of gereedschap werken in een fabriek). Bovendien blijkt uit onderzoek dat er een correlatie bestaat tussen “te veel” slapen (meer dan 9 uur per nacht) en de toename van het cardiovasculair risico.

Symptomen: plotse, onweerstaanbare slaapaanvallen. Wie aan hypersomnie lijdt, is vaak ook het slachtoffer van hallucinaties (dromen terwijl men wakker is) en van aanvallen van kataplexie (spierverslapping zonder bewustzijnsverlies).

Risicofactoren voor hypersomnie zijn vaak medicatie, kalmerende middelen, lichamelijke uitputting door hyperactiviteit of bepaalde psychiatrische aandoeningen.

Rustelozebenensyndroom en periodieke bewegingen tijdens de slaap

Het rustelozebenensyndroom (RBS) is een chronische aandoening die een onbedwingbare drang geeft om de onderste ledematen te bewegen zodra ze in rust zijn (om de onaangename maar moeilijk te omschrijven gewaarwordingen tegen te gaan). Naar schatting 5 tot 10% van de bevolking heeft ermee te maken.

De onaangename gewaarwordingen vormen dan ook het voornaamste symptoom van RBS: geprikkel, getintel, krampen in de benen of het gevoel van een lichte elektrische schok. RBS zet wie eraan lijdt ertoe aan op te staan en te bewegen (loopdwang) zodra men zich in rust bevindt, want beweging doet die hinderlijke gewaarwordingen afnemen. Het syndroom verstoort dan ook de slaap door het inslapen te bemoeilijken.

Het rustelozebenensyndroom

80% van de mensen met het rustelozebenensyndroom beweegt ook herhaaldelijk tijdens de slaap, door onwillekeurige stuiptrekkingen van de onderste ledematen.

Dat kan momenten van micro-ontwaken veroorzaken en het gevoel geven van slecht geslapen te hebben. Het stuiptrekken ondermijnt ook de slaap van de partner omdat die ’s nachts per ongeluk geschopt wordt.

Het is belangrijk om dit syndroom aan te pakken. Als het ernstig is en niet behandeld wordt, kan zich namelijk hoge bloeddruk ontwikkelen, bovenop de andere gevolgen van slecht slapen.

Zoals al de slaapstoornissen, heeft rustelozebenensyndroom op lange termijn negatieve gevolgen voor het hart, want slechte slaap:

  • verhoogt de eetlust en het risico op gewichtstoename
  • bevordert het ontstaan van glucose-intolerantie (en later diabetes type 2)
  • heeft een negatieve invloed op het omgaan met stress
  • verlaagt de dosis energie voor de dag, wat minder lichaamsbeweging met zich meebrengt

Die periodieke bewegingen tijdens de slaap kunnen iedereen treffen maar meestal gaat het om 65-plussers. Risicofactoren zijn leeftijd, diabetes, ijzertekort, cafeïne-inname voor het slapengaan en het rustelozebenensyndroom.   

Parasomnie

Parasomnie is de verzamelnaam voor een aantal abnormale gedragingen tijdens de slaap. De meest voorkomende:

  • slaapwandelen
  • tandenknarsen (bruxisme)
  • praten in de slaap (somniloqui)
  • nachtangst
  • bedplassen (enuresis)

Zoals al de slaapstoornissen heeft parasomnie op lange termijn negatieve gevolgen voor het hart, want slechte slaap:

  • verhoogt de eetlust en het risico op gewichtstoename
  • bevordert het ontstaan van glucose-intolerantie (en later diabetes type 2)
  • heeft een negatieve invloed op het omgaan met stress
  • verlaagt de dosis energie voor de dag, wat minder lichaamsbeweging met zich meebrengt

Externe elementen die de slaap verstoren vormen de belangrijkste risicofactoren voor parasomnie: stress, koorts, neurodegeneratieve ziekte, bepaalde medicamenten. Soms is de oorzaak een genetische factor

Slaperigheid overdag

Bij slaperigheid overdag is er een sterke drang om tijdens de dag te slapen in omstandigheden die niet geschikt zijn om te slapen. Het gaat hierbij niet om slaperigheid tegen het tijdstip waarop men naar bed gaat, na een maaltijd of de dag na een slapeloze nacht: daar is niets abnormaals aan.

Dit wordt als pathologisch en buitensporig beschouwd wanneer het gaat om een onweerstaanbare en ongewenste behoefte om dagelijks te slapen. Het fenomeen  vermindert tijdelijk de alertheid, wat vervelend of zelfs gevaarlijk kan zijn.

De belangrijkste oorzaak van slaperigheid overdag is chronisch slaaptekort. Vooral ouderen en adolescenten hebben er last van (bijna 30% van de 15- tot 19-jarigen). Dit chronische slaaptekort heeft op lange termijn ook cardiovasculaire gevolgen, want slechte slaap:

Onze partners

Wij danken onze partners, zonder wie deze campagne niet mogelijk zou zijn geweest.